Opgesloten in de natuur – Pura vida

De camino a Costa Rica
Op weg naar Costa Rica !
28 maart, 2020
Confinados en la naturaleza

Opgesloten in de natuur – Pura vida, Daar zaten we dan, zachtjes op en neer deinend op de golven op een vredige dag. Drie rode plunjezakken met wat kleren en onze overlevingsspullen, een paar volle vuilniszakken en op Onna’s schoot een ritstasje vol schelpen…

Het is heet maar een zachte bries houdt onze lichamen koel. Een paar tranen lopen stilletjes over onze wangen. We kijken elkaar veelbetekenend aan. Woorden komen niet in ons op. Maar woorden zijn niet van toepassing. We worden in beslag genomen door gedachten en emoties van binnen. Een wervelwind van emoties, een mengeling van levendige herinneringen en gevoelens.

Wanneer we aan land gaan voel ik me alsof ik uit een prachtige droom ontwaak. Alles wat we meegemaakt hebben in de afgelopen 57 dagen van zelfisolatie lijkt zo onwerkelijk dat ik bijna niet kan geloven dat het echt gebeurd is.

Aankomst

Op 16 maart kwamen we aan in San José, Costa Rica. Onze vriendin Vero wachtte ons op het vliegveld op en we reden samen in een huurauto naar haar appartement. In Spanje had het Covid-19 virus zich al weid verspreid en veel mensen waren opgesloten in hun huis. In Costa Rica waren er voor onze aankomst maar 2 of 3 gevallen geweest, maar we verwachtten dat het aantal mensen dat besmet zou worden door het virus snel zou toenemen. Onze wedstrijd, de Volcano Ultra Marathon was afgelast en we verwachtten dat ons leven snel zou worden beperkt, maar dat was precies de reden dat we besloten hadden er haast mee te maken naar Costa Rica te gaan en ons bezoek aan Peru over te slaan. Als we dan tocht niet meer verder konden reizen, dan wilden we hier zijn, omgeven door de schoonheid van dit exotische land.

We bleven een nacht in Vero’s appartement en reden vervolgens naar Golfito, een klein vissersdorpje aan de Stille Oceaan in het zuiden van Costa Rica dicht bij Panama. Binnendoor was het een rit van 6 uur langs de bergketen van el Cerro de la Muerte. We ontmoetten daar Albert, Vero’s vriend en we verbleven drie dagen in het huis van zijn ouders. Terwijl wij nadachten en een planning maakten wat we verder zouden doen, wees hij ons verschillende trails in de omgeving van Golfo Dulce.

Aanvankelijk hadden we het idee om als persoonlijke uitdaging een Coast to Coast, of Inter-ocean te lopen maar het voelde niet als het juiste moment om nog te reizen en we lieten dat idee rusten. In plaats daarvan besloten we in zelfisolatie te gaan ‘Back to nature’. Dan werd dat onze uitdaging.

We kochten leeftocht voor ten minste drie weken en gingen op zoek naar een geschikte plek. We wilden in het oerwoud zijn, dicht bij de zee en volledig afgesloten van de beschaving.

De 20e maart werd een onafgebroken zoektocht die uiteindelijk helemaal niets opleverde. De volgende dag speurden we vanaf een boot langs de kust naar een geschikt strand ergens aan de Golfo Dulce. Enkele dagen eerder had Albert ons een vrijwel ontoegankelijk pad door de jungle gewezen dat naar een strand leidde en we wilden voor ons avontuur een geschikte plek vinden in de buurt van dat pad. Het strand waar het pad naar toe leidde strekte zich uit over 2.5 kilometer en bleek volkomen verlaten.

We gingen aan land met ons proviand, pannen, twee kleine tenten, wat kleren, een plastic zeil, een touw, een mes en een vislijn en alvorens onze tenten op ze zetten namen we afscheid van Julen die terugkeerde naar Golfito om de tweede episode van Rolling Mountains te bewerken. Anderhalve week later zou hij zich weer bij ons voegen, ervan uitgaande dat het virus Golfito nog niet bereikt zou hebben. 

Het klimaat in Costa Rica is tropisch en vooral in het zuiden heel vochtig. Op de plek waar we besloten hadden neer te strijken is in deze tijd van het jaar de normale minimum temperatuur ’s nachts 26 graden en overdag 36 met een vochtigheidsgraad boven de 90 en meestal regent het ’s middags een poosje. We wisten dat drommels goed en hadden erop gerekend een zeil te spannen boven onze enkeldaks tenten met daarnaast een plek om te kunnen verblijven en een vuur te maken om te koken. We begonnen met een dak te construeren van bamboestengels die we aan elkaar knoopten met ons touw. Daartussen vlochten we palmbladen als dakbedekking en daaroverheen kwam het plastic zeil met daar weer bovenop palmbladeren om het op zijn plaats te houden. Later hebben we die constructie steviger gemaakt en het dak met palmbladeren vervangen door een driedubbele laag bamboe met daarop het zeil. We zochten een paar dikke takken om op te zitten en maakten een zithoek rond de stookplaats. We sprokkelden kreupelhout op het kiezelstrand voor ons middagvuur. De zon brandt fel op de stenen en ’s middags is het wrakhout dat ’s morgens is aangespoeld al kurkdroog en makkelijk aan te steken. Ik vond twee grote stenen en bouwde een fornuis met stukken oud ijzer die de zee voor ons had meegebracht en ik vond zelfs een rooster dat precies paste op de ijzeren constructie. We waren klaar voor onze eerste maaltijd!

 

Nieuw levensritme

De dagen die volgden gebruikten we om onze nieuwe omgeving te verkennen en te wennen. We moesten nieuwe routines zien te vinden en ontdekten al snel dat we het beste ons leven konden inrichten van ochtendgloren tot schemering en het ritme van de getijden. Onze dagen begonnen om kwart over vijf wanneer het licht genoeg was om zonder voorhoofdlamp te lopen en om zes uur ’s middags viel het donker in en was het tijd de tenten in te gaan. Als het niet meer licht is, is de kans om door een slang gebeten te worden veel groter en dan zijn er ook zo veel insecten dat je niet ontspannen buiten kan zitten. 

De beste manier om ’s nachts niet te blijven zweten was om je lichaam een paar minuten af te laten koelen in het water. Tegen half zeven of zeven uur waren we meestal in slaap gevallen. De eerste dagen was het erg wennen aan onze nieuwe beperkende omgeving en het was een merkwaardig gevoel op een plek te moeten blijven zonder weg te kunnen. Maar de nomadische levensstijl nam veel van onze tijd in beslag en al spoedig vulden zich onze dagen met routinewerkzaamheden.

Zo moesten we dagelijks een paar elementaire klussen doen. Allereerst ’s ochtends een vuur maken om koffie te zetten. Pere drinkt geen koffie ’s morgens, maar Julen en ik hebben echt een flinke kop zwarte koffie nodig om wakker te worden en op gang te komen! Trouwens, in het begin had ik helemaal geen beker en nam dan maar een paar keer na elkaar een kleine dop van de thermoskan.

Meestal ben ik degene die het eerst wakker word. Ik vind het heerlijk om naar de muziek van het oerwoud te luisteren wanneer de nacht overgaat in de dag. Bij het ochtendgloren zeggen de brulapen de nacht vaarwel met een luidruchtige kakofonie van hun gekrakeel om zich geleidelijk samen met de nachtelijke duisternis terug te trekken. Hun geroep kun je vijf kilometer verder nog horen dus je kunt je voorstellen hoe het klinkt als ze vlak naast je tent zitten!

Zodra het licht wordt begint een grote variëteit aan vogels vrolijk te kwetteren. Maar als eerste, voor alle andere vogels en insecten, smullen de kolibries van de verse nectar uit al die kleurrijke exotische bloemen. Iedere dag, als ik het water aan het koken was, kon ik hele verzamelingen vogels gadeslaan en naar hun gezang luisteren. En dan vult zich de lucht meer en meer met allerlei soorten broeierig zoemende insecten. Af en toe kon ik de laatste wasberen zien terugkeren naar hun hol en zag ik de padden terughoppen naar hun schuilplaatsen. Met name op heldere zonnige ochtenden deden de papegaaien, of ‘lapas’ hun uiterste best om hun hoogste lied ten gehore te brengen. Er woonden er heel veel in de bomen aan de rand van het woud en we ontdekten al spoedig dat hun geschreeuw en gekrijs en hun gekwetter een uiting van geluk zijn. 

Als ik zo al dit moois gadesloeg en op me liet inwerken kostte het me soms moeite het vuur aan te krijgen. Ik zei al hoe klam het hier is en ’s morgens is al het hout vochtig en moeilijk aan het branden te krijgen. De eerste dagen lukte het nog wel enigszins met stukjes toiletpapier en kleine twijgjes, maar toen ontdekten we dat de vezels die aan de buitenkant van de kokospalmbomen zitten gemakkelijk vlam vatten en dus gingen we die gebruiken. Zodra het water aan de kook kwam schonken we de koffie op en gingen aan het ontbijt. Daarna was het dan tijd om te gaan vissen, trainen en filmen. 

 

Vissen

Vissen was Pere’s taak. We ontdekten dat de beste tijd om te vissen samenhing met het tij. In het algemeen levert het bij hoog water meer op als je vanaf de kust hengelt. Veel kleine vissen raken uit de koers door de stroming en worden terug gespoeld naar ondiep water. Dat betekent dat de wat grotere vissen dichter naar de kust komen om te jagen en dan konden we ze natuurlijk gemakkelijker vangen. We moesten ons richten naar de mogelijkheden en als het vroeg in de ochtend hoog water was gaven we het vissen voorrang boven onze training, ook al was de minst hete tijd (slechts 26 -29 graden) om te trainen tussen 6 en 8.

Een andere goede manier om te vissen was vanuit een kajak. We hadden het geluk dat we er een ter beschikking hadden en daarmee konden we plekken bereiken waar de middelgrote vissen zich overdag ophielden. De beste manier om deze vissen te vangen was ze rustig recht van voren te benaderen en dan een sprint in te zetten. Pere’s tactiek was om de lijn aan zijn sandaal vast te maken en als hij voelde dat hij beet had hield hij op met peddelen en haalde snel de lijn in. De soorten die hij het meeste ving waren ‘bonitos’, ‘jurel amarillo’, ‘barracuda’ en ‘ojones’. Of we nu de vis wilden eten voor lunch of voor het avondeten, we moesten ze binnen enkele uren roosteren om te voorkomen dat ze bedierven. Bedenk dat we geen elektriciteit hadden dus geen koeling en in dit klimaat is voedsel in no time bedorven. Als we iets wilden bewaren, moesten we het elke 5-6 uur opnieuw verwarmen. Alleen rijst bleef langer goed.

Dagelijkse routine

In de eerste maand van onze afzondering waren de ochtenden meestal zonnig en konden we onze mobieltjes, gps horloges en voorhoofdlampen opladen met onze zonnecel. Mobieltje opladen was vrijwel dagelijks nodig maar de batterijen in onze horloges (Garmin’s Fenix Sapphire) en onze lampen (Fenix) waren gelukkig pas na twee weken of langer leeg.

De volgende belangrijke taak was hout sprokkelen. Dat ging het beste van een uur of elf tot één uur ’s middags, want ook al had het ’s nachts niet geregend, toch was het hout ’s morgens vochtig door de hoge luchtvochtigheid en vanaf een uur of elf was het op open stukken door de zon genoeg gedroogd. Het was dan ook de tijd om genoeg stokken te rapen voor het vuur van de lunch, avondeten en het ontbijt van de dag erna. Het kwam er op aan de lucht in de gaten te houden om het droogste sprokkelhout te vinden. Het beste was om dat om elf uur te doen vlak voor lunchtijd, maar op bewolkte dagen was het veel beter ermee te wachten tot het laatste moment als het hout op zijn droogst was. Dat was wel riskant, want in Costa Rica komt de regen heel plotseling. Hoogstens een minuut of twee wind is een voorteken en als de wind strak wordt, weet je zeker dat je kans op droog hout verkeken is.

 

Op een doorsnee dag probeerden we om twaalf uur een warme maaltijd ‘op tafel’ te hebben. Julen of ikzelf namen die taak op zich. We konden kiezen uit rijst, pasta of quinoa en meestal werd het rijst. Dan roosterden we de vis en kookten wat water voor een kopje koffie. Als we geen vis hadden aten we ei, zwarte bonen of tonijn om onze dagelijkse portie eiwitten binnen te krijgen.

Pere deed meestal een dutje in de middag en ik ruimde op, deed de was, speelde met Onna of rustte. ’s Middags hadden we tijd voor training (rennen, core, blessure preventie, kracht) spelen met Onna en filmopnames. Dan werd het alweer tijd om een vuur te maken voor het avondeten en om een laatste bad te nemen alvorens de tent in te gaan.

Nomadenbestaan

We wenden al gauw aan ons nomadenbestaan en we gingen ervan houden! Ons eerste kamp was het meest basaal. We maakten ons vuur op de grond en zaten zelf ook op de grond of op een niet al te comfortabel stuk hout. De tenten stonden direct aan het strand en de golven kwamen erg luidruchtig ‘aan land’. Ook was het niet eenvoudig onze tenten insect-vrij te houden en uit de buurt te blijven van de carnivore trekmieren. Deze dieren kennen rust noch duur en ondernemen voortdurend ‘ultra trails’ door de jungle. Ze eten alles wat de pech heeft op de weg van hun colonnes te komen of ze slepen het mee. Als een colonne van deze trekmieren langs komt zie je alle mogelijke insecten en kleine dieren op de vlucht slaan en als je niet uitkijkt bijten ze je. Auw! Dat doet behoorlijk pijn!

  

Ons drinkwater haalden we van het strand of gingen het woud in om het uit een stroom te halen. Golfo Dulce heet niet voor niets de ‘zoete golf’. Er zijn allerlei ondergrondse stromingen die op bepaalde plekken aan de oppervlakte komen en bij afgaand water stroomt er drinkbaar zoet water van halverwege het strand naar de zee. Je hoeft maar op je knieën te gaan zitten en je kunt het zo van de grond drinken. Je kan het bijna niet geloven maar het is een fantastisch verschijnsel.

Medebewoners

Een paar dagen na onze aankomst maakten we kennis met Don Agustín, een plaatselijke bewoner die een zeer bescheiden leven leidt, volledig in harmonie met de natuur. Hij beheert een grondgebied dat aan Amerikaanse biologen toebehoort. Ons eerste echte contact met hem was toen hij naar ons kamp kwam met een paar verrukkelijke papaya’s van de bomen rond zijn keet. Hij zei niet zo veel, maar we voelden zijn vriendschap en waren heel dankbaar zo’n goed buur te hebben. Op een andere dag gaf hij ons bananen en een paar dagen later sloeg hij een paar jonge kokosnoten open met zijn machete, zodat we de verse klappermelk konden drinken. Hij wees ons ook een plek met een basistoilet en een watervoorziening waar we onszelf en onze kleren konden wassen en waar we de afwas konden doen.

De eerste maand leefden we van dag tot dag zonder veel contact met mensen.

Toen ontdekten we dat er nog meer mensen woonden in de buurt van het strand. We zagen soms mensen vissen of langs de kust lopen. We schatten dat er in totaal zo’n 6-7 gezinnen of stellen waren. Langzaamaan gingen we wat losser om met onze instelling van social distancing en legden contact met een gezin met een baby en een dochtertje van acht: Kristtel. Onna en Kristtel konden het goed met elkaar vinden en werden al snel hartsvriendinnen.

Van het strand verjaagd

Ja, en toen legde de regering van Costa Rica verdere beperkingen op om de verspreiding van het (toen nog hoogst besmettelijk geachte) corona virus te beperken. De gezondheidsmaatregel die ons direct trof was de verordening dat in het hele land de toegang tot stranden werd verboden.

 

Ons gezonde verstand zei ons dat we geen kwaad konden doen door te vissen of te rennen op ons verlaten ontoegankelijke strand en ons leven te leiden op de 150 meter aan de zee grenzend land dat aangeduid wordt met het woord ‘strand’. Desondanks verhuisden we wat verder het oerwoud in naar de plaats waar we onze was hadden gedaan. Dit werd ons tweede kamp.

 

Een grappige anekdote wil ik jullie niet onthouden. Een paar dagen nadat de nieuwe beperkingen waren ingevoerd en we dieper het woud in waren gegaan, waren we op het Spaanse televisienieuws vanwege onze ‘Familie Robinson-achtige’ afzondering. Het fragment toonde beelden van ons terwijl we water dronken direct van het strand en van ons eerste kamp vlakbij het nu verboden gebied. Een van de Spaanse kanalen waar het werd uitgezonden is ook in Costa Rica te ontvangen en de beelden van ons op het strand veroorzaakten enige verwarring bij de Costa Ricaanse media. Het fragment werd opgepikt door tabloid journalisten en in een bewerkte versie werden we afgeschilderd als een soort zwervers die zich niet hielden aan de beperkende maatregelen. Dit alarmeerde de regering en die stuurde de kustwacht op ons af met de orders ons naar de ambassade in San José te brengen. We legden ze onze achtergrond uit en en lieten ons nieuwe kamp zien. Gelukkig hadden ze begrip voor onze situatie en vertrokken zonder ons te dwingen onze plek van zelfisolatie te verlaten.

Het vleermuizenhuis

Ons tweede kampement was op het eerste gezicht een akelige, weinig uitnodigende plek, een groot houten huis, gebouwd als een boomhut met een open ingang en open ramen. Er had al jaren niemand meer gewoond en het zag er armzalig uit. De benedenverdieping was op de begane grond en boven waren er twee slaapkamers en een open woonkamer, een keukenhoek en het oude verwaarloosde toilet waar we al gebruik van hadden gemaakt. Het huis was in beslag genomen door een kolonie vleermuizen die vooral in de slaapkamer hingen, overdag dan wel… best wel komisch. Zodra de schemering intrad werden ze wakker en vlogen chaotisch maar geruisloos rondom het huis. 

 

We zetten de tenten op op de begane grond omdat we wel voelden dat het huis aan de vleermuizen toebehoorde en wij er niet meer dan gasten waren. We wilden ze niet storen. In feite vermeden we het naar boven te gaan omdat de onderkomen aanblik en de overal hangende vleermuizen een spookachtige sfeer opriepen die maakte dat we ons niet op ons gemak voelden. Dan maar liever in het reine komen met de spinnen, mieren, muggen, steekvliegen en ander ongedierte op de begane grond. Toch raakten we snel gewend aan de schemerig rondfladderende vleermuizen en zelfs aan hun nachtelijke eetgewoonten met de daarbij behorende geluiden. Als deze vegetarische fruiteters ’s nachts terug kwamen brachten ze een soort noten mee die ze leegaten en vervolgen lieten ze de bast met een bons op de houten vloer stuiteren. Eerst werden we er bang van maar later werden we er alleen maar wakker van en op een gegeven moment waren onze oren eraan gewend en sliepen we gewoon door.

Voor onze beleving hadden we in deze tweede verblijfplaats een tamelijk luxueus bestaan. We hadden een oude houten tafel en stoelen om op te zitten. Dat was een heel verschil met op de grond zitten. Bovendien bracht Don Augustín ons een paar dagen nadat we hier neergestreken waren het metalen geraamte van een fornuis. Daarmee waren we uitgerust om staand een vuur te maken in plaats van op de grond knielend. Op deze plek was het geluid van de golven minder hard, maar de nachtelijke openluchtconcerten van de padden leverden nog veel meer herrie op. Sommige van de padden woonden in feite in het huis zodat hun diep krakende keelgeluid heel dichtbij klonk.

Poema’s en kaaimannen

Costa Rica is een land met een enorme biodiversiteit. Ongeveer 34 % van het land bestaat uit beschermde natuurreservaten. We zaten dicht bij het nationale park Piedras Blancas, dat een gevarieerde fauna herbergt. 

Don Agustín vertelde ons dat hij eens een poema over zijn land had zien passeren. Dat geloofden we natuurlijk, maar tegelijkertijd dachten we dat zoiets wel een eenmalige belevenis moest zijn, want poema’s zijn heel schuw en vertonen zich niet aan mensen. We hadden niet te verwachting dat we er een te zien zouden krijgen. En toch gebeurde dat aan het einde van onze zelfquarantaine! Pere had een prachtige face to face ontmoeting met een echte poema. Hij zag hem toen hij op een pad door het woud rende tijdens onze persoonlijke uitdaging, een twaalf en een half uur durende ultrarun waarover ik hieronder nog zal schrijven.

Vroeg in de middag, toen Pere weer het pad op aan het rennen was, stonden ze oog in oog. Het elegante dier stond midden op het pad en een moment lang keken ze elkaar aan. Toen maakte Pere een geluid met zijn stem en riep luid ‘Val me maar aan als je wil!’ Hij had vanaf zonsopgang om kwart over zeven onafgebroken gelopen en voelde de moeheid en moet ten einde raad geweest zijn bij deze confrontatie.

Een ander indrukwekkend dier dat we te zien kregen was de kaaiman. Kort na onze aankomst ontdekten we dat op nog geen 200 meter van ons vandaan verbleven in enkele zoetwatermeren die half verscholen in het woud lagen. Er waren grote volwassen kaaimannen maar ook kleine jonkies. Meestal dreven ze vlak onder de waterspiegel of maakten zich voor het menselijk oog onzichtbaar in de modderpoelen aan de rand van het water. Aanvankelijk waren we nogal gealarmeerd door het idee om zo dicht bij kaaimannen te verblijven, maar Don Augustín stelde ons gerust dat ze voor ons ongevaarlijk waren als we maar niet het water in gingen. Ik hield ervan ze te bekijken en we gingen geregeld naar ze toe om ze te observeren, meestal in een ‘bevroren’ houding.

Het water was ook de habitat van de grote modderschildpadden. Soms verlieten ze hun meer en twee keer ontdekten we er een die langzaam vlak voor ons kamp voorbij kwam schravelen. 

In onze directe woonomgeving zaten ook vier soorten apen. Huilapen, Capucijnapen met hun witte gezicht, slingerapen en doodshoofdaapjes. Het was fantastisch en fascinerend om ze hoog in de bomen behendig van tak tot tak te zien gaan. De apen hadden ook jongen. De moederapen droegen ze rond op hun rug zonder ook maar iets van hun behendigheid te verliezen. 

Naast de ara’s en kolibries leefden er vele soorten exotische vogels, allemaal prachtig om te zien en enig in hun soort. Het meest onder de indruk was ik van een zwarte vogel met aan weerszijden van zijn borst een helderrode lichtgevende vlek. Rood is mijn favoriete kleur en en ik heb veel soorten rood gezien, maar ik had echt geen idee dat er zo’n helder rood kan bestaan! 

Voor de rest waren we omringd door alle mogelijke soorten leguanen, hagedissen, vlinders, kikvorsen en andere kleine dieren. Het meest opvallend waren de heldergroene kikkers die we meestal konden waarnemen terwijl ze bewegingloos op een groen blad zittend door de wind heen en weer gewiegd werden. Maar ook de regenboogkleurige hagedissen en natuurlijk de grote blauwe morpho vlinders.

Tijdens onze trainingen zagen we talrijke goudhazen (aguti’s), wilde kalkoenen, eekhoorns een soms ook navelzwijnen (peccari’s), wasberen en witneussnuitberen (coati’s) en toekans. We hebben ook verschillende soorten slangen gezien waarvan ik de namen niet weet. Als ik loop let ik altijd op of er soms een slang op mijn weg komt. Ik zie ze graag, maar wil niet er op stappen, zeker niet als ze giftig zijn.

Ik had het geluk een enorme neotropische vogelslang te zien, een van de grootste slangen die in Costa Rica voorkomen. Op een andere dag volgden Pere en ik een lange elegante slang vlak bij het water. Ze bewoog heel fraai en we konden haar filmen met onze GoPro. Misschien weet iemand wat voor slang het is als we haar laten zien in de volgende aflevering van Rolling Mountains.

Wat Onna betreft, we leerden haar heel voorzichtig te zijn met slangen en nooit op eigen houtje het bos in te gaan. We gingen altijd naar ‘bed’ zodra het schemerig werd (we sliepen op dunne yogamatjes), dus de kans dat Onna op een slang zou stuiten was betrekkelijk klein.

Op een keer zag ik een miereneter, een verbazende ontmoeting die uitliep op een moment van verstandhouding. In het Spaans heet dit dier hormiguero, wat mierenetende beer betekent. Ik had me altijd al afgevraagd waarom dat dier ‘beer’ genoemd word, maar toen ik hem zag lopen was het me meteen duidelijk. Ze bewegen precies hetzelfde als beren.

De beste ervaring met dieren was misschien wel de keren dat een groep dolfijnen vlak onder de kust zwommen en we ze gracieus door het water konden zien bewegen. We zijn ook een keer met Onna in een kajak uitgevaren om ze van dichtbij te zien. Dat was een overweldigende en absoluut spectaculaire ervaring.

Beter een goede buur…

We woonden nu dichter bij Don Augustín en zagen hem regelmatig en hadden af en toe ook contact met zijn vrouw. Op bepaalde dagen was hun kleindochter Verena daar ook, zodat Onna weer een speelkameraadje had.

Don Agustín en Pere beleefden samen heel wat fijne vis-momenten waardoor de gevoelens van werkelijke diepe vriendschap die we voor hem voelden bestendigd werden. 

We hebben hen ook een keer te eten gevraagd en dat leverde een aangename avond op daar op de betonnen vloer van het houten huis.

Intussen had Onna’s vriendschap met Kristtel vaste vorm aangenomen en de meisjes wilden zo veel als maar mogelijk was samen spelen. Wanneer we dan met Kristtels ouders Olman en Yorlenny aan de praat raakten en daarbij veel leerden over eetbare planten en het gedrag van de dieren, moesten we de meisjes wel goed in de gaten houden voor het geval ze uit een boom zouden vallen, door een slang of een insect gebeten zouden worden en wat zich verder nog zou kunnen voordoen.

Op een dag nodigden ze ons uit voor de lunch in hun fraaie kleine huis. Ze maakten een superheerlijke maaltijd voor ons met ‘Banana ceviche’ als voorgerecht, een gevarieerde salade met een keur aan groenten en een groentenrijstschotel met kip als hoofdgerecht. Als afsluiting een uitgebreid dessert met ananas en ‘Dulce de leche’, allemaal typisch Costa Ricaanse gerechten. Nu wilden we hen natuurlijk ook eens de Spaanse keuken laten proeven en zo nodigden we hen een paar dagen later uit voor een typische Spaanse Tortilla met de traditionele Catalaanse ‘Pa amb tomàquet’. Terwijl we het brood aan het roosteren waren bedachten we ineens dat we niets hadden om het op te dienen, want we hadden niet meer dan onze drie borden… Olman kwam met een originele oplossing. Hij verdween met zijn machete en kwam een minuutje later terug met een paar bananenbladeren, sneed ze in het goede formaat en ontsmette ze door ze dicht tegen het vuur aan te houden. Het waren prima natuurlijke borden en nog decoratief ook!

Er groeiden allerlei planten en kruiden die we in onze keuken konden gebruiken. Je vond er een overvloed aan zoet smakende eetbare bloemen in prachtige kleuren, groene bladeren, wilde koriander, papaya’s, mango’s, ‘manzanas de agua’ ofwel Malay appels, avocado’s, ananassen, verschillende soorten bananen en kokosnoten bij de vleet!

Al gauw ontdekten we hoe we de harde schil (exocarp) van de kokosnoten op een natuurlijke en gemakkelijke manier konden kraken en het harige omhulsel van de noot verwijderen. Dan is het verder een kwestie van met een steen rondom op de bast te slaan waardoor de noot in tweeën uiteenvalt en dan kun je de klappermelk drinken en het vruchtvlees eten. Als de vrucht rijp is zit er soms een heel voedzame sponsachtige massa binnenin, die kokosappel genoemd wordt. Je kunt het zo rauw opeten en het is werkelijk verrukkelijk!

Onna.

Toen we besloten ons in de natuur terug te trekken hadden we niet in het minst zorgen om de invloed daarvan op de ontwikkeling van onze 5-jarige dochter Onna. We hebben altijd al geprobeerd haar zoveel mogelijk haar natuurlijke omgeving te laten onderzoeken en ermee te experimenteren door haar te laten spelen met natuurlijke materialen als zand, modder, stokken, schelpen, insecten, krabbetjes of haar te laten klimmen, springen of evenwichtspelletjes te doen op rotsen en rond te struinen in bossen, op gletsjers, in velden en duinen. De natuur biedt een diversiteit aan omstandigheden en geeft kinderen eindeloos gevarieerde mogelijkheden zich ermee te verbinden en creatieve en spontane spelletjes te bedenken.

In feite tonen studies dat het buiten zijn talloze voordelen biedt, zoals spierontwikkeling, leren door ervaring, experimenteren, overleg, spontaan spel en zo voort. Kinderen die geregeld buiten en in de natuur komen hebben gemiddeld een betere fysieke en emotionele gezondheid en meer zelfvertrouwen. Natuurlijke belemmeringen en grenzen geven kinderen (en ons!) de mogelijkheid risico’s in te schatten en je fysieke grenzen op te zoeken, initiatieven te nemen en probleem oplossingsstrategieën te ontwikkelen.

Pere en ik hebben altijd ervoor gekozen Onna mee te nemen, waar we ook op de wereld naar toe gingen. We wilden een sterke op liefde gebaseerde verbondenheid in ons gezin creëren. Samenzijn en in de natuur verblijven lijkt een uitstekende combinatie om je familieband te koesteren.

Toen we onze periode van zelfisolatie begonnen gingen we er vanuit dat Onna geen speelkameraadjes zou hebben. We wilden haar niet uitsluitend in de volwassenenwereld vasthouden en daarom dachten we dat het goed zou zijn haar te leren lezen en schrijven. Boekjes lezen en verhaaltjes verzinnen zou, dachten wij, haar een goede mogelijkheid bieden in haar eigen kinderlijke fantasiewereldje te zijn.

De eerste weken keek ik toe hoe ze speelde en probeerde haar letters en klanken te leren. Ook leerde ik haar Nederlandse kinderliedjes, waarvan ze erg genoot en wat haar veel zelfvertrouwen gaf. 

Toen we op de dag van onze aankomst bezig waren de dakconstructie te maken, maakte ze van een stuk bamboe een krokodil en vroeg ons een halsband voor hem te maken van ons touw en vervolgens ging ze met hem wandelen. Sindsdien zeulde ze vrijwel overal waar ze kwam haar krokodil Coco mee en het draaide erop uit dat we een hele serie speelgoedkrokodillen voor haar hebben gemaakt.

De eerste dagen werd Onna behoorlijk kregelig van al die verschillende insecten om haar heen en ze was bang van mieren en vond spinnen en wespen maar eng. Ook de krabben konden haar niet bekoren, maar na een paar dagen wende ze er aan en probeerde ze aan te raken en ze liet kleine mieren over haar arm lopen om hun gekriebel te voelen.

Vriendinnetjes

En toen…ontmoetten we de 8-jarige Kristtel. Ze rende meteen weg toen ze ons zag en klom in een boom en riep van daarboven ‘grrrr ik ben een poema’. Op dat moment wist ik dat de meisjes het heerlijk zouden vinden samen te spelen. 

Het huis waar ze woonde was ongeveer 500 meter van ons kamp vandaan en we gingen vrijwel dagelijks daar naar toe zodat de meisjes samen konden spelen. Ze speelden de meest uiteenlopende fantasiespelletjes, renden rond en klommen in bomen. Ze maakten salades voor zichzelf met allerlei eetbare bladeren, zaden en bloemen, ze maakten kleine kunstwerkjes met wat ze in de natuur vonden of speelden met kleine creatuurtjes als spinnen, kevers, krabben, mieren, hagedissen…

Kristtel is een dapper, energiek, hartelijk en zelfverzekerd meisje. Ze was heel zacht en liefdevol voor Onna. Ze woonde al lang in het oerwoud en was goed thuis in survivalvaardigheden. Als een soort Tarzan in het oerwoud. En voor het geval je je dat afvraagt, ze was kort geleden bij haar oom en tante gaan wonen om naar school te kunnen gaan, maar vanwege Covid-19 waren de scholen gesloten en binnen een maand was ze weer terug in de jungle bij haar ouders en kleine zusje en nu deed ze thuisonderwijs.

Onna en Kristtel hadden samen een geweldige tijd en sloten een diepe vriendschap die beslist voor altijd zal blijven. En ik moet zeggen dat ik haar ook in mijn hart gesloten heb.

Een ander speelkameraadje voor Onna was Verena, Don Agustín’s kleindochter. Zij speelden een heel ander soort spelletjes dan Kristtel en Onna deden. Terwijl Kristtel Onna de wildernis leerde kennen waren Verena’s spelletjes meer huiselijk. Meestal speelden ze alsof-spelletjes, bij voorbeeld als kleine moedertjes. 

Ik ben er vast van overtuigd dat we haar geen grotere leerervaring hadden kunnen bieden dan dit avontuur.

Nu we weer verder gereisd zijn merk ik hoe het haar gevormd heeft en ik hoop dat dat blijvend zal zijn.

Training 

Onze training liep als een rode draad door de reis. We hebben steeds ons reisschema aangepast aan de behoefte die we hadden om te trainen voor onze persoonlijke doelstelling.

Toen we in Cost Rica aankwamen en ons vestigden in onze zelfisolatie nederzetting, waren we er zeker van dat het technische junglepad dat naar het strand voerde zich leende voor training. We bedachten dat we de vlakke en snelle trainings op het kiezelstrand konden doen bij laag water en toen we de omgeving verkenden ontdekten we vlak achter de palmbomen die het strand van het oerwoud scheidden een niet al te best onderhouden hellend pad van een kilometer. We waren ons er terdege van bewust dat over de hele wereld mensen in hun huizen opgesloten zaten tussen vier muren en hoewel we ook wel wisten dat ons leven hier niet van een leien dakje zou gaan, voelden we ons echt heel bevoorrecht dat we zo maar buiten in de natuur konden lopen.

We overlegden met onze trainer Rafa en pasten ons trainingsschema aan de omstandigheden aan. We moesten vooral rekening houden met onze gezondheid in relatie tot de hoge luchtvochtigheid. We besloten dat het effectief zou zijn het volume van de trainings in het algemeen te reduceren omdat het een stuk uitputtender was om in dit klamme klimaat te lopen. De meeste trajecten duurden tussen de drie en vijf kwartier. En als we intervaltrainings deden namen we langere herstelperioden er tussen en we deden minder herhalingen. Er was vlak en bergachtig terrein met een steile klim van 400 meter maar het was ons duidelijk dat dit allemaal een technisch karakter had. Gebied waar je echt rechtuit op snelheid kon rennen was er eigenlijk niet. Het strand was bezaaid met keien en het was onregelmatig vanwege de zoetwaterstromen die het een golvend oppervlak gaven. Het pad achter de palmbomen was min of meer vlak maar ging op een subtiele manier toch op en af en slingerde zig-zagsgewijs tussen de bomen door. Het junglepad was steil, glibberig en erg technisch met talloze wortels, losse takken en natuurlijke obstakels als omgevallen bomen of laag hangende takken en bovendien was de atmosfeer in de jungle nog verstikkender. Het was een uitdaging voor me maar ik besloot er het beste van te maken en me toe te leggen op mijn technische vaardigheden. Ook begon ik regelmatig te trainen met mijn Leki stokken om mezelf te leren om ze op de juiste manier te gebruiken zodat ik er in toekomstige wedstrijden mijn voordeel mee kon doen.

We combineerden de looptrainingen met core- en functietraining en deden specifieke workouts om onze looptechniek te verbeteren. We konden daarvoor ook het strand en de zee benutten, namelijk door in het water oefeningen te doen en op verschillende bodemtypen van het strand: rotsachtig, zacht, hard.

Rennen voor voedsel

Een week of drie nadat we ons geïnstalleerd hadden in ons kamp begonnen onze voorraden op te raken. We moesten een Covid-veilige manier zien te vinden om aan nieuwe voorraden basisvoedsel zoals rijst, spaghetti, tomatensaus, jam en dergelijke te komen. We zochten contact met Albert die in Golfito woont en vroegen of hij ons uit de brand kon helpen door naar de supermarkt te gaan en ons daarna te ontmoeten bij de kiezelweg naar Golfito. Er waren in Golfito geen gevallen van Corona vastgesteld maar hij begreep dat we de wildernis niet wilden verlaten en hij wilde ons wel helpen. We zouden over het junglepad rennen tot waar dat het kiezelpad kruiste en daar zouden we hem dan ontmoeten. Zo renden we wekelijks door de jungle om proviand te halen. Het was een lange tocht van 22 kilometer over technisch terrein met bijna onbegaanbare stukken. Ik snap nou waarom niemand het waagt om hierlangs naar het verlaten strand te gaan. En omgekeerd gebruikte niemand van het strand deze paden om naar Golfito te gaan, met als uitzondering Don Agustín die wel eens naar het dorp liep en dan met de boot terug kwam. Hoe dan ook, het was een prachtige route met verschillende stroompjes die het pad kruisten en het was een kans bij uitstek om het wildlife van Costa Rica te zien.

We gingen altijd samen op onze voedseltochten. Onna bleef dan bij Julen of bij Yorlenny, Kristtel’s moeder.

De heenweg was het meest atletische en aangename deel en met uitzondering van een paar snacks en waterflesjes waren onze rugzakken leeg. Maar terug waren we zwaar bepakt. Vooral de blikken met conserven waren onaangenaam om te dragen en ze waren erg zwaar. Wanneer we Albert ontmoetten respecteerden we de social distancing en desinfecteerden al het voedsel. Voordat we dan terugliepen aten we een koud yoghurtje, een ritueel waar we de hele week al naar uitkeken. We namen ook wel yoghurt mee naar het kamp maar die was niet meer koud en niet half zo lekker meer. Na verloop van enkele weken besloten we zelf boodschappen te gaan doen, want we wilden niet meer afhankelijk zijn en wat andere spullen kopen, zoals ‘frigoles molidos’; er was immers geen enkel geval van Covid-19 in het dorp.

Dat ‘even boodschappen doen’ bij de supermarkt hield in dat we een afstand van 34 kilometer moesten lopen met een verval van 1600 meter. Met name op de terugweg werden deze lange tochten zwaar en veranderden in zware mentale beproevingen om onze mind positief te houden en een slecht humeur, prikkelbaarheid en fysieke zwakte in bedwang te houden.

Persoonlijke uitdaging en vertrek

Voor mij was de hitte het zwaarste en soms was mijn lichaam zo oververhit dat ik niet meer helder kon denken. Maar ja, wij zijn DOL op uitdagingen en dus bedachten we op een van deze tochten een persoonlijke uitdaging!

Omdat we respect wilden tonen jegens de mensen die in hun huizen opgesloten zaten, besloten we de uitdaging binnen een beperkt gebied te houden. We wilden dat ze tevens een weerspiegeling zou zijn van het geheel van onze omstandigheden en lifestyle en dus werden we het erover eens dat we een hele dag zouden lopen van zonsopgang tot zonsondergang. Het idee om zo laag mogelijk te beginnen en dan zo hoog mogelijk te klimmen stond ons wel aan, want dat is een hoofdkenmerk van skyrunning. Dat maakte de formule duidelijk: we zouden 12 uur en 27 minuten lopen, van 5.16u tot 17.43u met een start vanaf de zee en dan omhoog langs het junglepad tot aan het hoogste punt en vervolgens naar beneden tot aan de zee en dan weer naar boven. Het was dan de uitdaging zo vaak mogelijk naar boven en weer naar beneden te lopen binnen de gegeven tijd. Een ronde bedroeg ongeveer 4,6 kilometer met 410 meter hoogteverschil.

Pere wilde als eerste deze ‘Zon-op-tot-onder’ race lopen. Dat deed hij op 2 mei een ik twee dagen later op maandag 4 mei. Het ontpopte zich als een van zwaarste uitdagingen die we ooit aangegaan waren. Pere bracht het tot 15 rondes omhoog en omlaag! Ik denk dat dit een geweldig resultaat is dat niet gemakkelijk overtroffen kan worden. Het laat volgens mij duidelijk zien hoe goed hij zijn fysieke en mentale conditie had weten aan te passen aan de vochtigheid, de hitte en het terrein. 

Pere’s nevenuitdaging was om goed om te gaan met zijn eet-en drinkgewoonten. Dit vormt vaak een probleemgebied wanneer hij een race loopt en deze uitdaging was een ideale gelegenheid om verschillende strategieën uit te proberen. Na afloop zei Pere dat we misschien toch wel wat te ver waren gegaan met zo’n zware uitdaging. We hadden ook wel wat kunnen bedenken dat gemakkelijker haalbaar was… Hij kan dan wel uitgeput zijn geweest, maar al met al was hij tevreden en voldaan.

Ikzelf bracht het tot 13 en een halve keer omhoog en omlaag, een prestatie ongeveer vergelijkbaar met die van Pere naar mijn idee. De zwaarste aspecten waren voor mij het technische karakter en de steile helling van het pad, maar ook de slopende hitte!! Mijn bovenbeenspieren begonnen ’s middags pijn te doen, wat zich vooral in de afdalingen deed gevoelen. Mijn huid werd wond van het zweet en verschillende keren moest ik letterlijk de zee in springen om mijn lichaam af te laten koelen. Ik hou er nu eenmaal van mezelf te overtreffen en een betere manier om dat te doen dan deze uitdaging kan ik me niet voorstellen.

Een week nadat we deze uitdaging tot een goed einde hadden gebracht verlieten we onze plek van zelfisolatie. De beperkende maatregelen waren versoepeld en sommige nationale parken waren weer opengesteld tot 50% van hun capaciteit. We wilden enkele van de vulkanen ontdekken en dan ons avontuur in Centraal Amerika afronden, zelfs nu we onze reis in Costa Rica nog vervolgden. 

Sergio, die we kenden via de VUM (Volcano Ultra Marathon), bracht ons naar Santa Ana naar het huis van Julio en Gaby. We hadden deze ontmoeting geagendeerd voor de eerste dagen in Cost Rica, maar door de uitbraak van Covid-19 verkozen we het allemaal om nauw contact te vermijden en daarom hadden we deze ontmoeting uitgesteld. Deze ontmoeting met onze vrienden voelde alsof er aan het einde van deze episode een cirkel gesloten werd.

Overdenkingen

Onze periode van zelfisolatie en social distancing heeft ons het een en ander opgeleverd om over na te denken.

Het vertrek voelde het als het wakker geschud worden uit een droom. We waren een andere wereld binnengestapt en nu, plotseling keerden we weer terug in de werkelijke wereld. Merkwaardigerwijs leek alles daarginds normaal, maar nu we terug waren leek het onwerkelijk.

Ik vind dat we als ultrarunners veel profijt hebben getrokken uit onze ervaringen. Daarbovenop hebben we veel geleerd over de menselijke aard en over onszelf. Terugkijkend op onze afzondering wil ik enkele aandachtspunten noemen die het overdenken waard zijn.

Ik schreef over onze ervaringen op een soort romantische ‘Zwitserse familie Robinson’-achtige manier en dat is inderdaad hoe we dat voelden tijdens onze periode van zelfisolatie. We waren dankbaar zo veel te kunnen leren in ons leven temidden van al die wonderschone dieren, mensen en natuur. Het voelde alsof we afgestemd werden op de wezenskern van onze levenswijze en een hoog spiritueel niveau van zelfverwezenlijking bereikten.

Ik stel me zo voor dat er mensen kunnen zijn die enige afgunst voelen bij deze zelfopgelegde leefstijl en deze meer zien als een opmerkelijk avontuur en mogelijk bewonderen ze heimelijk onze kreativiteit en overlevingsinstinct. Aan de andere kant zijn er misschien mensen die kritiek hebben op onze zelfisolatie in deze vorm van een terug-naar-de-natuur waarbij we door de primitieve omstandigheden risico’s genomen hebben voor ons gezin. Maar we deden niets anders dan onze uiterste grenzen van survival in de natuur opzoeken.  In plaats van het avontuurlijke en het welbewust opvoeden van ons kind zien deze mensen alleen maar gevaar en een stel onverantwoordelijke ouders die hun dochtertje onnodig blootstellen aan mogelijk schadelijke invloeden, waar ze niet op voorbereid waren. Ik respecteer die opvatting maar hoop dat deze critici hun mening zullen heroverwegen wanneer ze het verslag van onze ervaringen hebben gelezen.

Leerproces met weerstanden

Zelf al was het een honderd procent positieve ervaring en maakten we een immens leerproces door, wil dat niet zeggen dat dit leven al die tijd gemakkelijk was. Spiritueel voelde het goed, maar we hebben echt wel ontberingen geleden. Een van de omstandigheden die het leven erg moeilijk maakte en waar we iedere dag mee geconfronteerd werden was de vochtigheid. Deze vrat onze energie en maakte ons moe en lethargisch. Dat was vooral te merken tijdens de uren met de heetste zon. Een andere moeilijkheid vormden de insecten. Onna, Pere en ik werden voortdurend gestoken door wespen, gebeten door mieren en grote dazen deden zich te goed aan ons bloed vergezeld van muggen en andere insecten. Pere had de pech om per ongeluk een giftige rups aan te raken met als gevolg een enorm oedeem en een intense pijn die pas na 24 uur afnam, waarna de zwelling langzaam verdween. Later hoorden we dat het gif voor baby’s en kleuters dodelijk kan zijn… Pere was ook het vaakst het doelwit van de muggen en op bepaalde uren van de dag, als de insecten op jacht gingen, moest hij shirts met lange mouwen en lange broeken dragen.

En dan was er nog de worsteling van het alledaagse leven. Alle routinetaken vroegen veel tijd en namen vrijwel de hele dag in beslag. Zelfs een mobieltje opladen of een whatsappje schrijven kon een hele klus zijn door de slechte ontvangst, vooral bij benauwd bewolkt of regenachtig weer. Ik had zelfs nog een persoonlijke tegenslag, want mijn mobiel werkte maar gedeeltelijk en liet het daarna helemaal afweten. We waren nog maar net in Costa Rica of het schermpje begon een paar keer per dag te bevriezen, maar al snel kwam het veel vaker voor en moest ik alsmaar herstarten om beeld te krijgen. Het vroeg nogal wat geduld en op sommige dagen nam de frustratie grote vormen aan omdat ik me belemmerd voelde in cruciale taken die ik te doen had, zoals mijn blog en emails schrijven en intervieuwers te woord staan. Ook werd het contact met mijn familie behoorlijk bemoeilijkt. Nou ja, uiteindelijk accepteerde ik het en kwam tot rust. Mijn blog kon wachten en mijn volgers hadden vast wel begrip dat het op zich liet wachten. En trouwens, toen we aanvankelijk van Golfito met de boot vertrokken wisten we dat we misschien wel helemaal onbereikbaar zouden zijn op ons strand en we hadden familie en vrienden ook gewaarschuwd dat we ‘weg’ zouden kunnen zijn voor onbepaalde tijd.

Hebben en zijn

Het afsluiten van de stranden was een maatregel die erg moeilijk te accepteren viel. Je gezonde verstand zegt dat je op een verlaten strand echt niet aan de verspreiding van het coronavirus zult bijdragen, maar we wilden de maatregel ook niet negeren. Dit zat ons wel dwars en belemmerde onze beweginsvrijheid als persoon.

Je kunt je voorstellen dat al met al ons leven niet echt eenvoudig was en we moesten van het een en ander afstand doen. Waarom, zul je je afvragen, was het dan zo’n uiterst mooie en betekenisvolle ervaring?

Ik weet al langer uit eigen ervaring dat als je beperkt wordt tot een zeer basale manier van leven en er allerlei is waar je niet meer over kan beschikken, dat dan het hebben van dingen zijn betekenis verliest. Als je teruggeworpen wordt op een natuurlijke manier van leven ga je op jezelf focussen en ervaar je dat het leven niet draait om wat je hebt, maar om wie je bent. Voor mij voelde het als een herontdekking van het belang van zuivere waarden als ware liefde, onvoorwaardelijke vriendschap, spirituele vrijheid en leven in overeenstemming met de natuur en het universum. 

Tijdens onze afzondering kregen de woorden verbinding met de natuur een diepere betekenis dan ooit tevoren. Ik denk dat ons een groot geluk te beurt is gevallen met deze unieke ervaring. Onder normale omstandigheden zou dit nooit gebeurd zijn. Je treft ons weliswaar meestal in de natuur aan om te trainen en quality time in ons gezin te beleven, want we houden nu eenmaal van de rust en harmonie van een natuurlijke omgeving. Maar tijdens onze zelfisolatie voelden we hoe het werkelijk is om deel uit te maken van een ecosysteem en onderdeel te zijn van het wereldorganisme. 

Je volledig te identificeren met het dierenrijk en diepe verbinding en ontzag te voelen voor de wereld van de natuur is een ongelofelijke belevenis. Ik heb het gevoel heel dicht genaderd te zijn bij een werkelijk kunnen bevatten van het diepste verlangen van de mens om dicht bij de natuur te zijn.

Inspiratie

Je hoort nogal wat mensen zeggen dat de quarantaine uitloopt op een echtscheiding of een zwangerschap. Wanneer ik naar ons kijk, kom ik tot de conclusie dat onze relatie niet wezenlijk veranderd is. We zijn er aan gewend het grootste deel van de dag samen te zijn en als er al iets voorviel tussen ons, dan was dat niet anders dan anders. Ik voelde me niet speciaal dichterbij of verder verwijderd van Pere dan voordien. Toch leerde ik wel een en ander over onszelf tijdens ons verblijf in de wildernis. Een paar weken na aankomst kreeg ik een dieper inzicht in de verschillende lagen van diepgang in een relatie. Ik besefte dat we heel verschillend zijn in menig oppervlakkig opzicht, waardoor er kleine botsingen voorvallen in ons dagelijks leven, maar dat we in de onderliggende laag van onze relatie grote overeenkomsten hebben. Onze levensfilosofieën komen sterk overeen, net als onze opvattingen en de ideeën waar we in geloven. Als we het hebben over dingen die er echt toe doen in het leven, zijn we het met elkaar eens en nemen we dezelfde beslissingen. Dit te beseffen helpt me om de onvolkomenheden in de gang van het dagelijks leven te aanvaarden en daarmee de diepe verbinding in ons gezinnetje op haar waarde te schatten. Mijn gezin vormt werkelijk mijn kracht.

Een grote vreugde was het om Onna gade te slaan. Ze heeft werkelijk haar liefde voor de natuur verdiept en heeft allerlei vaardigheden ontwikkeld om creatief te zijn met materiaal uit de natuur en om eigen spelletjes te verzinnen. De bijzonderste momenten zijn als Onna zich verbaast over de schoonheid van veranderingen in de natuur en daar dan commentaar bij geeft: ‘Mama, kijk die boom daar! Vorige week was die nog helemaal kaal en nu zit hij vol bladeren!’ Of: ‘Kijk daar mama, die vogel, mooi hè! Die hebben we nog nooit eerder gezien, toch? Het is ook erg grappig om te zien hoe ze eetbare bloemen opknabbelt of onschuldige mieren en spinnen over haar armen en benen laat lopen.

Net als wijzelf is ze heel flexibel en past zich makkelijk aan. Ze vertrouwt me meer dan eens toe dat er niets is dat ze liever wil dan bij mij en Pere zijn.   

Voor ons was het verblijven in de jungle één reusachtig leerproces en ik hoop dat ik een hele boel mensen heb kunnen inspireren na te denken over hun relatie met de natuur en de plaats die ze als mens daarin bekleden. Na te denken over onze plek in het grote ecosysteem. Na te denken over hoe we in evenwicht met de natuur en in harmonie met onszelf willen leven.

De natuur is de plek bij uitstek om te ervaren dat het niet gaat om wat je hebt in het leven, maar om wie je bent en wie je om je heen hebt.

Ik weet zeker dat wij iedereen die ons leerproces heeft kunnen volgen hebben kunnen inspireren om met meer liefde en geluk in het leven te staan.